Er zijn van die routes die je al jaren roepen. Die hoog op je verlanglijstje staan, maar waar je steeds nét geen tijd voor maakt. Voor mij was dat Wainwright’s Coast to Coast Path (C2C) — een stoere, legendarische tocht dwars door Engeland, gemaakt in 1970 en intussen een van de beroemdste langeafstandswandelingen ter wereld.
En toen kwam maart 2026. De route werd officieel uitgeroepen tot National Trail, er was ruim 5,5 miljoen pond geïnvesteerd in betere paden en wegwijzers, en ineens voelde het alsof de tijd rijp was. Ik wilde, Hans wilde mee… alleen hadden we geen 16 dagen. Dus kozen we de mooiste etappes uit.
Dit is mijn verslag van een week vol wolken, 1 dag regen, soms zon, hoogtemeters, heel veel water, modder, fantastische uitzichten, vriendelijke dorpjes, aardige mensen, afwisselende landschappen, natte sokken, warme pubs en heel veel wandelgeluk.
Wat is het Coast to Coast Path?
De Coast to Coast is een 306 km lange langeafstandswandeling van de Ierse Zee naar de Noordzee. Je doorkruist:
- het ruige Lake District,
- de uitgestrekte Yorkshire Dales,
- en de glooiende North York Moors.
De route werd bedacht door Alfred Wainwright, wandelaar, tekenaar en eigenwijze romanticus. Hij vond dat een langeafstandswandeling vooral vrijheid moest bieden.
“This is not a route to be followed blindly. It is a suggestion — a starting point.” “There is no official route. I have merely suggested one.”
En precies zo liepen wij hem: met ruimte om af te wijken, te improviseren en soms grandioos fout te lopen.
Onze route in het kort
- Start: St Bees
- 4 etappes door het Lake District
- Bus naar Kirkby Stephen
- 3 etappes door de Yorkshire Dales
- Einde: Richmond
- Bagagevervoer: Sherpa Van
- Overnachtingen: hostels, B&B’s, hotels
- (Alle details en linken onderaan dit artikel)
Wandeldag 1 – St Bees → Ennerdale Water
Een alternatieve start, een lange dag en een eerste vleugje magie
We werden wakker in het Seacote Hotel, met uitzicht op de Ierse Zee. Een perfecte plek om de C2C te beginnen. Traditioneel dopen C2C‑lopers hun wandelschoenen in de zee en nemen ze een ‘pebblestone’ mee. Dat deden wij ook — al zouden wij hem niet in de Noordzee achterlaten.
De kliffen waren helaas afgesloten door een landverschuiving. Ik had zó graag langs die rode zandsteenkliffen gelopen, maar goed: Wainwright zou zeggen dat elke wandelaar zijn eigen pad mag kiezen. Dus begonnen we in Cleator.
De klim naar Dent Hill was meteen serieus. Een uur omhoog over een grashelling die steeds steiler werd. Hoe hoger we kwamen, hoe meer het Lake District zich liet zien: heuvels in lagen, water dat glinsterde, lucht die openbrak.
De afdaling naar Nannycatch Beck was technisch en steil — zo’n afdaling waarbij je ineens weer het besef krijgt dat afdalen veel lastiger kan zijn dan omhoog gaan. Maar het dal was betoverend: stromend water, mosgroen, stilte. Hier zagen we ook de eerste nieuwe bruggen en wegwijzers van de National Trail.
Langs Ennerdale Water kozen we voor de noordkant, omdat we hoorden dat die mooier was. En dat was zo. Het pad was gemakkelijk, vlak, goed aangelegd, duurde langer dan verwacht — maar mooi.
Aan het einde van de middag bereikten we het afgelegen YHA Ennerdale, waar we met andere C2C‑lopers aten. De eerste wandelvriendschappen waren geboren.





Wandeldag 2 – Ennerdale Water → Rosthwaite
Regen, watervallen en de mythische klim naar Loft Beck
Ik wist het al voordat ik mijn ogen opendeed: regen. De hele nacht had het op het dak getrommeld. En de weerapp voorspelde… nog meer regen. Lekker dan. Vandaag staat bekend als een van de mooiste en zwaarste dagen van de hele Coast to Coast. Gelukkig hadden we gisteren al 2 uur van de officiële tweede etappe gedaan.
Vanuit het hostel vervolgden we onze weg door het bos. Diep weggezonken in onze regenkleding liepen we over brede grindpaden, langzaam stijgend richting de iconische Black Sail hut. Dit hostel ligt als een klein huisje midden in de wildernis. Voor iedereen een goed punt om even te pauzeren, maar voor ons al helemaal. Alle natte zooi konden we kwijt aan haken op de muur. En via zelfservice maakten we een heerlijke kop warme koffie.
We verzamelden moed en hulden ons weer volledig in regenkleding en stapten de deur uit. Daar begon meteen de echte uitdaging: de klim naar Loft Beck. Dit was het echte werk: rotsig, nat, steil, wild. Water gutste overal naar beneden. Soms moesten we met handen en voeten omhoog. Mijn schoenen stonden vol water, maar onder mijn regenoutfit bleef ik heerlijk droog.
Na drie keer gedacht te hebben dat we de top bijna bereikt hadden (na elke top een nieuwe top) staan we dan eindelijk boven.
De regen viel gestaag, maar de wind die hier toch fors kan waaien, viel mee. We liepen over een stenig plateau, waar de wereld groot en leeg aanvoelde. Bij Honister Pass warmden we op in de eetcorner van de historische leisteengroeve — een plek waar je zonder schuldgevoel al je natte spullen kunt uithangen.
De afdaling naar Rosthwaite was groen, vriendelijk en vol beekjes. En toen ik later in het bad van The Royal Oak zakte, voelde ik me de gelukkigste wandelaar van Engeland.





Wandeldag 3 – Rosthwaite → Grasmere
Een korte dag die allesbehalve kort voelde
14 km klinkt als een rustdag, maar nu stond er toch zo’n 5 tot 7 uur wandeltijd voor. Nou, dan weet je het wel.
De klim naar Greenup Edge begon vriendelijk, maar veranderde al snel in een echte bergwandeling. Water stroomde overal, stenen waren glibberig, en de lucht hing laag. Bovenop moesten we kiezen: hoge of lage route. We kozen de hoge — op advies van onze nieuwe wandelvrienden.
Later kwamen we ze weer tegen en verontschuldigden ze zich. Ze waren zelf erg geschrokken van de zwaarte van de hoge route
De hoge route bleek spectaculair, maar lastig. De grond was een zompige hindernisbaan, veel klimmen en weer dalen, smalle bergkammen (waar Hans het helemaal niet zo op heeft) en met een fantastisch uitzicht over Grasmere vallei.
Net toen we dachten dat we het wel gehad hadden, moesten we nog een hele puist over, mét een lastige stenige afdaling.
Dit was voor ons de zwaarste dag tot nu toe.
We sliepen in het grote maar gezellige Butharlyp Howe Hostel. Grasmere blijkt een vriendelijk dorp met voorzieningen. Later die avond maakten we nog een wandeling door het dorp.




Poseren op de hoge route

Dit is pas het begin.

Wandeldag 4 – Grasmere → Patterdale → Kirkby Stephen
Een rustige start, een stevige klim en een middag vol logistiek
Deze dag begint verrassend rustig. Voor het eerst lopen we een tijdje over asfalt en vlak terrein. Een fijne opwarmer, want al snel buigen we af en klimmen we richting Tongue Gill. Een stevige klim, maar anders dan gisteren: het pad is goed begaanbaar en voelt bijna vriendelijk.
Daarna begint het echte werk en stijgen we door naar Grisedale Tarn, het hoogtemeer dat op zo’n 540 meter ligt. De lucht hangt laag, het water is donker en stil — zo’n plek waar je vanzelf even zachter gaat praten.
Boven moeten we opnieuw kiezen tussen de hoge en de lage route. Vandaag is de keuze snel gemaakt: we hebben genoeg hoogtemeters in de benen, Hans ziet de spectaculaire rifwandeling van de hoge route met zijn hoogtevrees niet zitten, en we moeten de bus halen naar Kirkby Stephen. Die rijdt maar één keer, dus dat helpt bij de besluitvorming.
De lage route blijkt prachtig. Eerst een lange, stenige afdaling, daarna een vriendelijker pad tussen de schapen met een schitterend uitzicht over het Ullswater‑meer. Het voelt als een beloning na de inspanning van de ochtend.
Bij de bushalte in Patterdale blijkt dat we nog twee uur hebben. We drinken veel te dure koffie bij het Patterdale Hotel en besluiten dan alvast wat bushaltes verder te lopen. Binnen twee haltes staan we in het dorp zelf — een klein toeristendorpje met een verrassend mooie outdoorwinkel, omringd door de prachtige vallei en bij het Ullswater‑meer.
We lopen nog een stukje verder richting het meer en wachten bij een strandje op de bus. Langs de weg lopen is hier gevaarlijk, dus dit is een perfecte plek om even te zitten. De bus komt precies op tijd.
In Penrith stappen we over. Terwijl we wachten, merken we hoe koud het is geworden: niet meer dan tien graden, en dat in juni, om vijf uur ’s middags, in een dal. Engeland blijft je verrassen.
In Kirkby Stephen stappen we uit en kijken meteen onze ogen uit: Het Kirkby Stephen Hostel zit in een kerk. Een echte. Onze kamer is klein maar heeft een eigen badkamer, en eten doen we in de grote kerkruimte. De plaatselijke Chinees blijkt een onverwachte aanrader voor take‑away.
Een dag die rustig begon, maar toch vol kleine verrassingen zat.






Wandeldag 5 – Kirkby Stephen → Keld
De dag van de moors, mysterieuze stenen torens en een onverwachte stoet tractoren
Vandaag komen we in de Yorkshire Dales. Ik had eerlijk gezegd gedacht dat het hier wat vlakker zou zijn — maar dat idee kan meteen de prullenbak in. Zodra we Kirkby Stephen verlaten, merken we bovendien dat het zondag is: wat een drukte op het pad! Zoveel wandelaars hebben we de hele week nog niet gezien.
Het begin is vriendelijk: rustige weggetjes, een paar boerderijen, een beetje opwarmen. Tot we bij een steengroeve komen waar het pad ineens onverbiddelijk omhoog gaat. En dan gebeurt er iets bijzonders: het pad verandert in een soort stenen snelweg. Grote platte stenen, strak achter elkaar gelegd. Fonkelnieuw. En eerlijk: heerlijk om op te lopen. Zonder deze flagstones zouden we hier tot onze enkels in het veen zakken.
In de verte zien we ineens ons doel liggen: Nine Standards Rigg. Het hoogste punt van de dag, letterlijk én figuurlijk. Op 662 meter hoogte staan de mysterieuze stenen torens waar iedereen het over heeft. We maken de geleidelijke klim af en staan dan tussen de torens. We hebben het nagevraagd en opgezocht, maar niemand weet precies waarom ze hier staan. Dat maakt het alleen maar leuker.
Na de Standards wandelen we over een hoogveenplateau. Zover we kunnen kijken: moors. Het weer is niet mooi, maar ook niet slecht — en dat is precies wat je hier wilt. Geen mist, geen storm, geen kou. Gewoon genoeg zicht om te genieten van de leegte.
Het nieuwe stenen pad loopt heerlijk door, maar zodra het ophoudt, begint het echte werk. We moeten onze weg zoeken door het veen, om de drassige stukken heen, zonder een duidelijk pad. Het is even puzzelen, maar het hoort bij deze dag.
Dan verandert het landschap ineens volledig. We dalen af de Yorkshire Dales in: groene valleien, muurtjes, schapen, beekjes en eindeloos veel hekken. Het voelt meteen vriendelijker.
Op de openbare weg richting Keld worden we ingehaald door een stoet van zeker veertig tractoren. Ze rijden een herinneringstocht voor een overleden jonge vrouw. Indrukwekkend om te zien — en even heel stil van te worden.
Wij dalen niet af naar Keld, maar lopen door naar Greenlands B&B, zo’n 18 minuten van de route. Een fijne plek waar we vooraf al avondeten hadden besteld. We gaan nergens meer heen vanavond. Het Nederlands elftal speelt tegen Japan op het WK van 2026 — en dat willen we niet missen.





Wandeldag 6 – Keld → Reeth
Een dag vol ruïnes, verkeerde afslagen en onverwachte redding
We beginnen de dag in Keld, een schilderachtig dorpje waar we eerst het kleine museum bezoeken. Het vertelt de geschiedenis van de loodmijnbouw in deze streek — fascinerend én precies de reden dat we vandaag voor de hoge route kiezen. Daar zouden we allerlei restanten van die mijnbouw tegenkomen.
Al snel stuiten we op de eerste ruïnes. Het landschap is ruig en leeg, alsof je door een openluchtmuseum loopt. Maar het pad is soms erg smal, loopt dicht langs afgronden en Hans vindt het helemaal niks. Dat is meteen onze eerste verkeerde keuze van de dag.
We besluiten af te dalen naar de lage route, richting Gunnerside. Dat betekent meer kilometers en meer hoogtemeters, maar het voelt veiliger. Alleen… ook dit pad is smal en loopt langs steile randen. En dan komen we op een splitsing zonder borden, niet in de gids, geen bereik. We gokken.
We belanden bij een rivier. Als het goed is, stroomt die richting Gunnerside. Maar het pad houdt op en we springen van steen naar steen door een breed stroomgebied. Uiteindelijk pikken we een pad op langs de rivier en komen we alsnog in Gunnerside aan. Het is inmiddels drie uur. En we zijn pas halverwege.
We vragen aan een man met een hondje welke kant we op moeten voor het C2C pad. Hij zegt iets van je kan beide kanten op en wijst naar de rivier. Ter controle vragen we het nog even aan een vrouw die haar huis komt uitlopen. ”Is dat de kant die we op moeten voor het C2C pad?” “Ja hoor,” zegt ze.
Dus lopen we door de weilanden, hekje na hekje. Maar het zit me niet lekker. We hadden allang moeten stijgen. Ik pak de gids erbij — fout. Helemaal fout.
Google Maps laat zien dat we nog twee uur over de openbare weg moeten lopen om in Reeth te komen. En onze slaapplaats ligt nóg twintig minuten verder. De moed zakt me in de schoenen.
En dan gebeurt het: een vrouw rijdt haar auto uit de oprit en ik raak met haar in gesprek. Ze is op weg naar Richmond en komt langs The Bridge Inn. We mogen mee. Een engel op vier wielen.
The Bridge Inn blijkt een geweldige plek: pub, restaurant en hotel in één. Ver van Reeth, maar precies wat we nodig hadden. En dat Wainwright biertje… dat hadden we vandaag echt verdiend.






Wandeldag 7 – Reeth → Richmond
Een ontspannen uitwandel‑dag vol weides, hekken en historie
Vandaag is onze laatste wandeldag, en het voelt meteen ook anders. Het landschap is vriendelijker, de paden rustiger, en we hoeven geen gekke dingen meer te doen — alleen maar genieten van de Yorkshire Dales op hun mooist.
We wandelen door open velden, langs boerderijen en door eindeloos veel hekken. Het is zo’n dag waarop je vanzelf langzamer gaat lopen, omdat je weet dat het bijna voorbij is. Een van de mooiste plekken onderweg is Marrick Priory, een voormalig klooster dat nu dienstdoet als outdoor centre. Vanaf daar klimmen we via de beroemde Nun’s Steps omhoog — oude stenen treden die ooit door nonnen werden gebruikt. Een klein stukje geschiedenis onder je voeten.
Daarna wisselt het landschap af tussen bos, open velden en rustige landweggetjes. We lopen dwars door weides tussen koeien en schapen, en het voelt allemaal licht en ontspannen. Een echte uitwandel‑dag.
Vlak voor Richmond duiken we nog een donker bos in, de Whitecliffe Woods, en dan opent het landschap zich ineens. Richmond ligt voor ons, met zijn rivier, oude stenen huizen en het enorme kasteel dat boven alles uittorent. Een prachtige binnenkomst.
We overnachten in de sfeervolle Frenchgate B&B. Na een douche maken we nog een stadswandeling. We zijn te laat voor het kasteel, maar ook het oude Station is de moeite waard. We eten in een pub aan het centrale plein en plannen onze reis naar huis.






En dan komt dat kleine steekje: het is zo zonde dat we dit geweldige pad nu niet kunnen afmaken. Maar wat hebben we super genoten van de etappes die we wél liepen.
Wat je wellicht graag weten wilt

⇒ Ik maakte deze wandeling in samenwerking met Visit Britain / Visit England van de British Tourist Authority.




Geef een reactie